De ochtend had nog geen
kleuren en ik nog geen piemelhaar.
Ik maakte oranje
en verbrandde de eerste bladeren van boeken.
Dat mocht alleen als er geen letters op stonden.
Ik kon
alles altijd ook, en beter.
Later zou ik nog veel meer ook kunnen,
en als ik dood ging zijn zou iedereen huilen
en geen hagelstenen meer gooien
en mij missen.
De ochtend was toen iets
waarop gewacht werd.
Met mijn vingers in de cacao
schreef ik letters die je kon zien
omdat ze er niet waren.
Ik drukte mijn rug in de chauffage
want dan was het herfst.
Ik kan het nog
huilen en kruipen en vermoeden
dat oranje rijmt op oktober
en letters verbranden die je niet kan zien
*
en jou prachtig vinden zonder kleren aan,
nu kan beton buiten mooi zijn,
met je bleke kont erop geperst en
steentjes in onze voetzolen.
Ik mis nu al met gretige teugen.
Dan moest ik het tekenen, zei je,
maar ik heb alleen maar
woorden in mijn bakje.
Het lijkt er niet eens op.
*
Het weer maakt plaats voor jarig zijn,
voor mijn wachten dat mijn zijn wordt,
zelfs al vlucht ik in flanel
en het verbranden van letters
die je niet kan zien.
Oslo opnieuw Noorse hoofdstad van het jaar
1 dag geleden
